Anna

Het (on)eindige van geluk.

In de vrouw on 2 oktober 2017 at 1:41 pm
Maandag ochtend. Een uurtje doorbrengen in het enige café op ‘s-Hertogenbosch CS dat in alle vroegte haar deuren heeft geopend voor haastige en minder haastige reizigers: de in principe door mij gehate koffieketen Starbucks van met een best lekkere maar eigenlijk veel te zoete latte soja (zit er suiker in sojamelk?). Het is hier tamelijk rustig op de lichte discodreun na, die uit de speakers galmt in de hoeken van het café.
Ik zit net. Wil wel wat lezen. Uit een gewoon boek. Dan vallen mijn ogen op de kop ‘Een jaar geleden stierf oorlogsfot……’, deels zichtbaar op het krappe scherm van mijn smartphone. ‘Dat gaat over Jeroen!’, schiet door me heen. Jemig. Alweer een jaar geleden! Het verschrikkelijke bericht dat deze jongen, die ik ken uit mijn korte studententijd in Mokum, in Libië werd omgebracht door een scherpschutter. Geraakt in zijn flank vlak onder zijn kogelvrije vest. Op slag dood. Vrouw en drie jonge kinderen achterlatend…
Nog geen drie weken daarvoor waren we elkaar voor het eerst in jaren tegen het lijf gelopen op een zonnige namiddag in De Scheepskameel. Een vrolijke begroeting, praatje gemaakt en afscheid genomen. Wat even later bleek voorgoed.
Het raakt me weer. Zeer. Bij hem meer dan bij andere van dit soort berichten. Logisch. We kenden elkaar, al troffen we elkaar slechts sporadisch. Maar er was contact. Echt contact. Vroeger had ik al een zwak voor hem. Geen idee of dat wederzijds was. Maar dat moet haast wel zou je denken.
Wat me ook raakt, vorig jaar en nu weer, is vooral het besef dat een leven zomaar pats boem voorbij kan zijn ongeacht de leeftijd.
Even word ik overvallen door een wanhopig gevoel van ongrijpbaarheid. Dikke tranen doemen op in mijn ogen. Een wazig scherm wordt voor mijn vizier opgetrokken. Muren, vloer, tafeltjes, stoeltjes, koffiekopjes, kletsende mensen vertroebelen. Impressionistische vlekken. Dan druppelen een voor een dikke tranen op mijn trenchcoat en spatten uiteen op de inktzwarte stof als kleine logge waterbommetjes. Een korte waterval later wordt het zicht weer helder. Een serveerster voelt zich betrapt door mij op het staren naar mijn opwelling van verdriet.
Ondertussen bungelt het besef dat geluk zo breekbaar is als een dreigende boodschap voor mijn ogen in de vorm van een schreeuwende neon-reclame.
Wil er liever niets van weten dat geluk ook een keerzijde heeft. Zeker niet nu mij zo’n groot geluk ten deel is gevallen in de ontmoeting met echte liefde in de Zwitserse Alpen. Het is net zoiets als het geluk van de geboorte van een kind. Eenmaal de gelukzalige status van vader of moeder bereikt, word je eigenlijk alleen nog overspoeld door de zorgen. Dat zoiets dierbaars als je eigen kind in godsnaam niets zal overkomen. Maar ook daar heb je geen grip op. Het enige wat je kunt doen als ouder is zorgen dat je kroost zo goed mogelijk beslagen ten ijs het huis uit gaat.
Dat heet opvoeden. Moed, vertrouwen en wijsheid meegeven. En liefde. Niet teveel. Maar toch heel veel liefde. En verder koesteren, genieten, plezier maken in de tijd die je samen hebt. Per dag. Per moment.
In dat daglicht zie ik ook de echte liefde. Een liefde die ik dagelijks zal koesteren en verzorgen tot in de eeuwigheid, zoals ook de liefde voor mijn zoon. Het kan tenslotte allemaal in één klap voorbij zijn. Al zal deze liefde ook eindig zijn, alleen al vanwege het feit dat onze soort sterfelijk is. En niets natuurlijk voor eeuwig is.
En Jeroen wat ben ik toch blij en trots dat we elkaar gekend hebben. Een bron van inspiratie ben je, niet alleen voor mij, dank daarvoor.

Zweedse Wortels

In Geen categorie on 13 januari 2016 at 11:22 am

Tot voor kort zat mijn zoon (12 jaar en inmiddels Middelbare scholier) op een gewone Nederlandse basisschool, Montessorischool De Eilanden te Amsterdam. Hier kreeg hij uiteraard gewoon rekenen en taal, zoals op elke andere basisschool in ons land. Zoals de naam van de school inderdaad doet vermoeden, is het onderwijs op deze basisschool gestoeld op de theorieën van Maria Montessori. Dit betekent dat de leerlingen die montessori onderwijs genieten in principe zelf bepalen wat ze willen leren. Dit deed mijn zoon met verve! Dol op cijfertjes en knopjes zat hij schooldagen lang of te rekenen of technische hoogstandjes in elkaar te knutselen. Hij deed ook wel taallesjes, maar zodra hij de kans kreeg schoof hij dit opzij en stortte zich weer op het technisch lego of de rekenboekjes. Uiteraard had zijn taalontwikkeling hier onder te lijden, zijn schriftelijke taalontwikkeling wel te verstaan. Ondanks pogingen van docenten en zijn ouders heeft deze jongen zes jaar lang geworsteld met spelling en grammatica. Eigenlijk liep hij constant zo’n 3/4 jaar achter op het taalschema. Hoopvol was wel dat hij hij steeds vorderingen maakte en niet bleef steken op een bepaald niveau. Desondanks bleef het zes jaar lang een zorg. Na het zoveelste gesprek met een van zijn juffen over wat we er nu wederzijds aan konden doen vroeg ik me af of hij een dyslexie-test moest ondergaan? “Welnee!”, antwoordde ze stellig, want daarvoor las hij veel te goed. Tja wat dan? En de juf keek mij aan met twee smalle oogjes en vroeg: “U spreekt thuis een andere taal hè met uw kind?”
“Ja”, zei ik, “Dat klopt. Zweeds. Hoezo?”
In eerste instantie was ik aangenaam verrast over het feit dat de juf van mijn zoon dit had opgemerkt. Ik ben namelijk heel trots op mijn half-Zweedse wortels. Ik spreek de taal vloeiend en wil deze kwaliteit ook doorgeven aan mijn zoon. Temeer omdat hij dan ook tenminste met onze Zweedse familieleden kan converseren en zich niet buitengesloten hoeft te voelen als er alleen maar Zweeds om hem heen wordt gepraat. Kortom, het is voor mij volstrekt natuurlijk om de Zweedse taal te spreken met mijn kind, al wonen we in Nederland. Zo krijgt hij gratis ook die wortels en een extra taal mee. Er zijn genoeg andere mensen om hem heen die Nederlands met hem praten, zoals zijn vader bijvoorbeeld. Oftewel, ik zag hierin alleen maar de meerwaarde. Tot de juf van mijn zoon mij hierop aansprak als zijnde de reden van zijn problemen met de Nederlandse spelling. “Nou wordt ie helemaal mooi!”, dacht ik. Deze school verlegt het probleem naar de ouders en wast zijn handen in onschuld. Maar hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid van de school? Ze mogen mijn zoon ook best wat beter begeleiden. En beter opletten dat hij niet te snel de taallesjes opzij legt ten faveure van zijn meest geliefde vakken rekenen en techniek. En vooral: hun mentaliteit veranderen van ‘meertaligheid als probleem’ naar ‘meertaligheid als meerwaarde’!

Thuiskomst

In de reiziger on 17 mei 2015 at 8:48 pm

Vandaag heb ik me weer eens gewaagd aan een kop koffie. Dat bitterzwarte vocht met het schuimende melk voor het eerst in tien dagen. Vanavond misschien al een voorzichtig glaasje rood. En gisteren bij de visboer mocht ik mijzelf trakteren op het eerste broodje vette haring met (een beetje) zuur. Al zijn de meeste stukjes rauwe ui in het grasje beland onder de boom, waar ik op een bankje aan het water de lekkernij naar binnen werkte om te vieren dat de witte rijst en de droge crackers weer terug de kast in kunnen.

Wat een thuiskomst. Behalve thee, textiel en andere oosterse artikelen wisten ook een paar exotische bacteriën mee te liften naar het westen diep verborgen in mijn binnenste, ondanks hevig protest van mijn organen.

Het moment van hun entree, wellicht via een komkommerschijf of een blaadje sla, is geheel geruisloos aan mij voorbij gegaan. Maar op een van de laatste ochtenden op Bali werd ik wakker geschud door een leger van het een of ander dat liep huis te houden in mijn dikke darm. Nu is de buik een kwetsbaar gebied en zeker gevoelig voor gespuis uit exotische oorden. Met dat bijltje had ik vaker gehakt. Dus ik tilde er niet zo zwaar aan. Maar toen opeens aan het ontbijt begon mijn hoofd dusdanig te tollen, dat ik wist dat ik me enkele tellen later niet meer in het hier en nu zou bevinden. En ja hoor… compleet knock-out stortte ik met mijn neus in het bakje met een frisse fruitsalade. Een minuutje of wat later weer bij zinnen dankzij een groen zalfje dat in mijn nek werd gesmeerd door de elegante vingers van de geschrokken serveerster, toen… mompelde mijn vader iets. Ik keek hem aan en zag hoe hij plots wit wegtrok, zijn ogen wegdraaiden en zijn mond slap werd. Zijn hoofd maakte een knik en weg was hij. En mijn zoon nog lurkend aan de cornflakes? Machteloos moest hij  toezien hoe zijn moeder en opa achter mekaar het bewustzijn even aan de Balinese wilgen hingen…

Bali beleefden we deze dagen liggend aan het zwembad tussen de zonnebadende toeristen en dichtbij de plee. Het tripje naar het kunstenaarsdorp Ubud hebben we verplaatst voor onbepaalde tijd.

De volgende dag waagden we het er toch maar op met alle risico’s van dien. Gewapend met wat extra rollen pleepapier en flesjes water durfden we het tripje aan. Ja, wanneer kom je weer op Bali? Dus, we wilden ook gewoon niets missen: De theeproeverij, de zilverfabriek, het monkeyforest, een wandeling op de rug van een olifant, Bali Zoo met krokodillen en alligators en andere enge beesten op maar een paar meter afstand….

‘Mam, mag ik een stroopwafel?’. Mijn zoon op de achterbank trekt een blik die hunkert naar zijn favoriete Hollandse zoetigheid.

We hebben nog één pakje stroopwafels dat mijn vader cadeau wil doen aan een of andere taxi-chauffeur in Ubud met de bijnaam ‘Le Cong’. Tien jaar geleden had hij zich ontfermd over een Zweedse vriendin van mijn ouders. En zij wil hem graag nog bedanken via mijn vader, die speciaal voor hem het laatste pak Stroopwafels heeft bewaard. We hebben geen achternaam, geen telefoon nummer, geen facebook adres, dus de kans dat we hem vinden is zo goed als nihil.

‘Geen sprake van. Die stroopwafels zijn het cadeau voor meneer Le Cong!’ Mijn vader bewaakt de wafels met zijn leven.

‘Wat maakt het uit?’, probeer ik met een stem, die klinkt alsof mijn neus bloedt. ‘Die taximan weet toch niet precies hoeveel koeken in zo’n pakje horen te zitten?’

‘Komt niets van in. Afblijven van die handel!’

‘Trouwens, het is nog maar de vraag of we die figuur gaan vinden.’

‘Als niet, dan mogen jullie alle koeken opeten.’

En daarmee was de kous af.

Nog een beetje sip over deze domper staat zoonlief naast me bij het kassahuisje van het apenbos. Ik heb de tickets nog niet afgerekend of hij gilt het uit! Wat gebeurt er?

‘Het plastic zakje!’, grijnst een Indonesische meneer in batik blouse hoofdschuddend. ‘Daar worden de apen agressief van.’ Hij kijkt ons aan met een meewarige blik van ‘Dat weet toch iedereen?’. Maar als ik om me heen kijk, zie ik nergens een waarschuwingsbord of zo. Wat ik wel zie is een aap met… ónze stroopwafels! En een ontredderde zoon met het gescheurde tasje. De flesjes water liggen nog op de grond. Die raap ik op. Maar we kunnen fluiten naar de koeken die de aap omklemt alsof hij zojuist de schat van kapitein Haak heeft bemachtigd.

‘Hier met de koekjes, stomme aap!’ Mijn vader ziet zijn missie in duigen gaan, en doet vol bravoure een paar ferme stappen richting het triomfantelijke mormel. Ik volg verbijsterd de actie van mijn vader en zoom in op het akelig scherpe gebit van de harige dief. ‘Pap, niet doen joh!’, roep ik.  Maar hij probeert het pakje uit zijn poten te rukken. En dan? Alsnog zelf opeten? De aap heeft al een flinke hap genomen van de verpakking en de koekjes zijn daarbij niet ongeschonden gebleven. ‘Dit ga je niet winnen, pap!’

Te laat. ‘Autsj!’ Mijn vader gilt het uit, zijn gezicht verrekt van de pijn. We bekijken zijn duim. Geen bloed. Het lijkt dus mee te vallen. Maar daar kruipt de eerste dikke druppel tevoorschijn.

Met een apenbeet in zijn hand, onze rommelende darmen, en over Esa’s lijf een zee van jeukende bulten (waar die nu opeens vandaan kwamen???) vliegen we de volgende avond richting Europa.

Gelukkig worden de ongemakken enigszins overschaduwd door een rugzak vol weergaloze indrukken en exotische ervaringen.

Indonesië, een land vol contrasten. Waar ze houden van witte rijst en mierzoet en waar gewone yoghurt een luxe product is. Een vreedzaam volk vol lieve, nieuwsgierige en behulpzame mensen. En ook wel steeds geëmancipeerder zelfs, nu de sultan een van zijn dochters officieel heeft benoemd tot zijn opvolger. Een klein minpuntje: De maagdelijkheidstest bij vrouwelijke aspirant militairen en bij de verloofdes van de militairen bij het Indonesische leger waar nu.nl over schreef van de week…. Ook wel de ‘tweevingertest’ genoemd. Een traumatische ervaring voor de Indonesische dames!

Mag mijn vriend de militair wel eens aan de tand gaan voelen….